Carrie Jansen
Say my Name Rotterdam / Opening Speech / CBK / June 28
”Misschien is het handig als ik mezelf ook nog even wat uitgebreider voorstel. Ik heet inderdaad Carrie en ik kom uit Rotterdam. Van een stukje verderop op de Binnenweg.
Rotterdam, zeg ik altijd, is een stad als een vrouw. Met een linker- en een rechter-Maasoever als haar twee stevige dijen en een vochtig warme rivier daartussenin. Dat wil helaas niet zeggen dat vrouwen hier altijd enorme kansen hebben gekregen. Historisch gezien kom je met pijn en moeite op drie toppers: de moeder van Ketelbinkie, nou die stond alleen maar te janken aan de wal, op Ali Cyaankali, maar die wordt alleen met de carnaval bezongen en op Neelie Smit, Kroes, en daar moet je op dit moment bij Microsoft ook niet mee aankomen.
Voor de rest is de vrouw in de Rotterdamse geschiedenis een redelijk ondergeschoven wezen geweest. Je had natuurlijk de havenvrouwen maar die stonden altijd achter hun man, je had Pim Fortuyn, dat was geen wijf maar praatte soms wel een beetje zo. En als we een vrouwelijke Rotterdamse burgemeester moeten kiezen kom ik al gauw niet verder dandie dame bij Jorgen Rayman, tante Es. Altijd een lekker dinggeweest , ook toen ze die snor nog wel had.
Sterker nog, toen NL10 een paar weken geleden een stoere vrouwenverkiezing uitschreven namen ze elk plaatselijk sufferdje als kandidaat, tot mij aan toe. Nee natuurlijk was ik daar niet blij mee. De hoofdprijs was abseilen van de Euromast. Ik wil niet zeggen dat ik hoogtevrees heb maar ik vind van zo’n drempeltje af al een heel end naar beneden. Ik heb God dan ook op mijn blote knietjes bedankt dat ik niet won.
Terwijl het eigenlijk zijn schuld is, de achterstand van vrouwen. Ja ik weet wel dat een beetje feminist zegt: dat God een vrouw is en nog een zwarte vrouw ook, Op de zesde dag schiep ze de man en daar heeft ze nou nog spijt van, maar dat geloof ik niet. Nee joh, het is een vent, een kerel. Hij begon toch immers eerst met het scheppen van de man? Om daarna pas verder te gaan met de vrouw? He, dat is toch ook niet voor niks. Aan de andere kant is dat misschien ook wel logisch want elk groot kunstenaar begint eerst met een ruw schetsje voor hij tot het echte meesterwerk overgaat.
Toch worden al die meesterwerkjes lang niet altijd op waarde geschat. Neem juf Elly, die het hoofd was van de bassischool van mijn kinderen. Hier in de wijk. Dat moet ik misschien even uitleggen. Ik kom uit het Oude Westen, de wijk die toch al jaren numero uno staat in Rotterdam. Nou ja, op het criminaliteitslijstje maar je moet ergens beginnen met scoren natuurlijk. Hier mag dan ook prompt zo preventief gefouilleerd worden dat als ik een doos fonduevorkjes aan de overkant ga lenen, ik ze anaal moet inbrengen wil ik ze nog thuis kunnen krijgen.
En die wijk is ook al jaren het paradepaardje van de gemeente Rotterdam. De veiligheidsindex moet omhoog...nou we hebben nu op de schaal van 10 een 4,5, dat is toch al bijna een 6-. En elke keer weer komen er nieuwe plannen. De oude bagger wordt gesloopt, nieuwe bagger wordt ervoor in de plaats gezet...en het helpt allemaal niks. Ja want, zoals vrouwen vaak een orgasme faken, wat komt omdat mannen faken dat er een voorspel is, zo doet ons gemeentebestuur wel alsof ze hart hebben voor onze wijk. Maar valt dat in de praktijk vies tegen.
Kijk maar naar Juffrouw Elly. Die staat altijd aan de deur als de kinderen op school komen. En dan ziet ze dat Mo zijn Ritalin weer eens niet heeft genomen waardoor hij als een pingpongbal over het speelplein hiphopt, dan ziet ze Fatima, die met haar spierziekte toch naar school komt maar ook die kleine Julie met weer een blauwe plek.
Juffrouw Elly belt niet het buro Jeugdzorg, want die nemen toch nooit op, die laat zich niet in met de Raad voor de Kinderbescherming want dan ben je zo 4 maanden verder. Nee, die kruipt met het algemeen maatschappelijk werk, de huisarts en het meldpunt kindermishandeling in een kamertje...en Julie wordt binnen de kortste keren opgevangen ergens in de wijk door een van de vele moeders die altijd ruimte in hun grote hart en hun te kleine huis overhebben. Ik heb Juf Elly een keer zien huilen en dat was toen het Meldpunt Kindermishandeling niks meer kon doen omdat die door bezuinigingen een wachtlijst hadden van drie maanden.
Of je je blauwe plek en je gebroken polsje even een tijdje wilt bewaren lieve kind. Tot de grote mensen wel tijd voor je hebben.
Ik ken mijn wijk dus niet anders dan een groot netwerk van moeders en oma’s, van tantes en buurvrouwen die de sores van alledag zo goed mogelijk met en voor mekaar willen opvangen. Maar terwijl mannen hun netwerken een naam geven, de Rotary, het dispuut bij de corps-studenten, de golfclub Tiger in the Woods....blijft ons netwerk altijd onzichtbaar. En dat is toch jammer. Het heeft geen naam, het heeft geen gezicht...we geven het geen naam, en geven het geen gezicht. Met als gevolg dat je tot in de media aan toe een overdosis blanke mannengezichten tegenkomt.
Terwijl Rotterdam voor meer dan 50% uit mensen met een kleurtje bestaat zijn radio en tv bijna altijd spierwit. Nou zei Albert Verlinde laatst bij Boulevard, dat het oh zo makkelijk zou zijn om het percentage allochtonen op tv te verdubbelen. Je zendt Opsporing verzocht gewoon twee keer uit...onzin, Sesamstraat kan ook. Bovendien zei Albert Verlinde ook hoer tegen Mariska Hulscher...roept het halve Oranje-legioen tegen elke vrouw die langsloopt ‘daar moet een piemel in’ en ben ik dus reuze trots op Nederland. Maar niet heus.
Met die Rita Verdonk die ik ook geen hand zou geven omdat daar bloed aan kleeft. En as van 11 verbrande asielzoekers op Schiphol. Maar dat even tussen haakjes.
Nee laten we eerlijk zijn, soms raak je de weg toch weleens kwijt in al dat gelul over vrouwen. Nou zeg ik altijd als je de weg kwijtraakt moet je het even vragen. Ik was de route aan het lopen van grote foto naar grote foto van deze expositie. Kwam zelfs even bij de Dubbele Palmboom in Delfshaven terecht waar ook alweer een prachtige expositie met foto’s van Rotterdamse vrouwelijke rolmodellen van Sanne Donders. Maar op de terugweg wist ik hier bij het CBK niet of ik verder of juist terug moest voor de volgende foto. Gelukkig stonden er twee vrouwen op de hoek van de straat te praten. Ik naar ze toe om het te vragen maar ik stoorde blijkbaar in een goed gesprek want ik hoorde net de een nog aan de ander vragen: zeg jij het eigenlijk tegen je man als je een orgasme hebt? Nee, antwoordt haar vriendin: natuurlijk niet, Henk heeft toch liever niet dat ik hem bel op zijn werk.
Kijk, dat bewees meteen een ding, dat die vrouwen niet bij Say My Name hoorden want dan kom je nooit klaar. Dan blijf je bezig. Om jonge vrouwen, mooie jonge vrouwen wel een gezicht te geven, een naam en een verhaal. En zo te zorgen dat die fucking onzichtbaarheid van ons eindelijk eens verdwijnt.
Ik zie toch sommige mensen schrikken van mijn taalgebruik. Jongens daar kan ik ook niks aan doe, ik spreek nou eenmaal ABR, Algemeen beschaafd Rotterdams en dat is een harde taal. Wij wensen elkaar al gauw de ergste ziektes toe. De pleuris, de tering, de tyfus, nou ja ook omdat je daar toch haast niet meer aan kan overlijden. En omdat we nooit anders geleerd hebben.Wij hebben nog lezen en schrijven geleerd met het aloude Rotterdamse leesplankje: teringaap teringnoot teringmies en normaliter zou ik dan ook nog maar een ding tegen jullie kunnen zeggen. En dat is tering uit bewondering...
Maar dat doe ik lekker niet. Want ik heb van jullie zomaar een nieuw woord geleerd. Door de foto’s, door de verhalen, door de film over New York, Londen en Atlanta. Door de stukjes uit Afrika en door dit prachtwerk uit Rotterdam kan ik echt nog maar een ding tegen jullie zeggen. En dat is respect. Respect voor wat je doet, voor wat je wilt en voor wat je maakt van je leven.
Ik ben dan ook harstikke trots dat ik hier mag staan en de hele teringzooi mag openen. Dag, ik was carrie, tot de volgende keer.
BACK

